De invloed van de media op het beeld van prostitutie

badnews2

Prostitutie is een hot item. Bijna wekelijks zijn er in de media berichten over prostitutie te vinden. Vaak met een negatieve inslag. Sekswerkers, klanten en andere betrokkenen uit de prostitutiebranche herkennen zich vaak niet in de negatieve beeldvorming en voelen zich gestigmatiseerd.
Het ondertaande stuk komt uit een van de weinige recente wetenschappelijke onderzoeken die er bestaan over prostitutie: “Complexiteit en uitdagingen van prostitutiebeleid” van Hendrik Wagenaar, Sietske Altink en Helga Amesberger (juli 2013), en bestudeert de invloed van de media op de beeldvorming van prostitutie. Het hele onderzoek is hier te downloaden.

De invloed van de media op het beeld van prostitutie
De relatie tussen het openbaar bestuur en de media is complex. De media zijn enerzijds kritische volgers van de initiatieven van de overheid, maar hebben anderzijds een zelfstandige rol in het beïnvloeden van percepties en het vormen van de politieke agenda.
In het geval van prostitutiebeleid zien we dat media dikwijls stereotypen en vooroordelen over prostitutie, gevoed door het stigma dat sekswerkers aankleeft, reproduceren. Aangezien de meeste mensen en politici geen rechtstreekse ervaring met de wereld van de prostitutie hebben, spelen media daarom een belangrijke rol in de (politieke) beeldvorming over prostitutie. Gezien die belangrijke rol hebben we een analyse uitgevoerd van de berichtgeving over prostitutie in twee landelijke dagbladen en een lokaal dagblad (De Volkskrant, De Telegraaf en het AD/Haagse Courant). In drie perioden (juni – augustus 2009, oktober – december 2000, en januari – mei 2011) hebben we alle berichten over prostitutie in deze drie dagbladen geanalyseerd.

De uitkomst van onze analyse is dat de berichtgeving over prostitutie eenzijdig en voor het overgrote deel negatief is. In feite wordt prostitutie in de dagbladen gelijk gesteld aan (georganiseerde) misdaad.

Wij ontdekten dat de dagbladen een aantal retorische technieken gebruiken om deze negatieve boodschap te construeren en zodanig te presenteren dat deze een zekere vanzelfsprekendheid verwerft.

Ten eerste is dit het veelvuldig gebruik van vage getalsaanduidingen zoals: ‘het merendeel’, ‘groot’, ‘heel groot’, ‘veel’, ‘massaal’, ‘steeds vaker’, die moeten suggereren dat het om een groot probleem gaat. Deze indruk wordt versterkt door quasiprecisie bij het aangeven van de omvang van negatieve verschijnselen, zoals bijvoorbeeld ‘60%’,‘70%’, ‘80%’ ‘90%’ gedwongen prostitutie.

Een tweede veelvuldig toegepaste retorische figuur is de hyperbool. Termen als ‘schokkend’, ‘aangrijpend’, ‘ziek’, ‘slavernij’ komen veelvuldig voor in de berichtgeving.

Een derde techniek is de aangrijpende gevalsbeschrijving waarvan wordt gesuggereerd dat deze representatief is voor de hele populatie van sekswerkers.

Een vierde techniek is het mengen van literaire genres. De kracht van de bovenstaande gevalsbeschrijvingen bijvoorbeeld is gelegen in het vermengen van de genres rapportage (het feitelijk relaas), misdaadroman (de gedetailleerde beschrijving van wreedheden), pornografie (de gedetailleerde beschrijving van seksuele activiteiten) en melodrama (een gesimplificeerde en overdreven verhaalstructuur die krachtige emoties bij de lezer moet oproepen).

In de wetenschappelijke literatuur over vertooganalyse wordt gesteld dat het de combinatie van dergelijke stijlfiguren is die de perceptie van een maatschappelijk verschijnsel creëert, en wel op zo’n manier dat deze een vanzelfsprekend en bijna onontkoombaar karakter krijgt.”

 

Advertenties


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s