Muisstil

huisstijl-ontwerp-6-comensha

Auteur: STL
In Duitsland is men er al jarenlang aan gewend maar in Nederland was het sinds 2003 niet meer voorgekomen: een teruggang in het aantal geregistreerde mensenhandelslachtoffers (of zij die daarvoor moeten doorgaan). Voor de alhier beruchte stichting Comensha was dat kennelijk even slikken want zij hield zich dit voorjaar muisstil. April is namelijk gewoonlijk de maand waarin zij een persbericht uitgeeft en bijna juichend de zoveelste jaarlijkse stijging in successie pleegt bekend te maken. Het betreffende jaarverslag waarin de aantallen nog naar geslacht, leeftijd, nationaliteit en aanmelder etc. zijn uitgesplitst, kan dan ook gedownload worden door bijvoorbeeld door degene die graag wil weten hoe het in godesnaam mogelijk is dat Nederland ongeveer naar verhouding tien keer zoveel “slachtoffers” registreert als de Duitse politie in de Bondsrepubliek (niet dat de lezer dan iets wijzer wordt). Vorig jaar na het aantreden van een oud-hoofdcommissaris als voorzitter kon de stichting zelfs trots een toename van 40% melden. De groei in 2012 had Comensha hoofdzakelijk te danken aan de Kmar die plotseling 10 keer zoveel mensenhandel meende te ontwaren als voorheen.

Een daling van 1711 naar 1437 (2012-2013) mogelijke slachtoffers, oftwel een daling van 16%, is niet iets waar je als gesubsidieerde partner van justitie en politie die gewend is om op dit terrein stemming te bedrijven, mee te koop loopt. Het was voor de ingewijde lezer al wel ergens te vinden maar de media en publiek konden er maar beter geen kennis van nemen. Dus afgelopen voorjaar geen triomfantelijk persbericht, geen jaarverslag en ook al geen razzia in een raambuurt. De media die van al dit lekkers in de voorgaande jaren gesmuld hadden, leken het allemaal niet echt te missen.

Deze zomer werd onze alwetende Nationaal Rapporteur zelfs ingeschakeld om de turfjes nog eens bij langs te lopen maar ook zij kon er niet meer van maken. En ook zij durfde de daling niet in haar persbericht over de laatste cijfers te noemen – het werd dus niet iets wat door de media werd opgepakt – ; dat deed ze wel in het doorwrochte garbage-in- garbage-out onderzoek dat ten grondslag aan deze bekendmaking ligt. Stijgingen hangt men aan de grote klok, maar dalingen in slachtofferaantallen zijn alleen voor ingewijden.

Bijna humoristisch in hetzelfde bericht is de vaststelling van eigen overbodigheid door de rapporteur: “De Rapporteur benadrukt dat het aantal geregistreerde mogelijke slachtoffers niets zegt over de totale omvang van mensenhandel in Nederland.” Prima, stop er maar snel mee; dat scheelt de belastingbetaler 2,5 miljoen euro per jaar (Comensha + BNRM) en de prostituee de quasi-wetenschappelijke onderbouwing van tal van initiatieven van politiek en bestuur die haar sociaaleconomische positie slechts ondermijnen.

Met een half jaar vertraging kwam jaarverslag 2013 medio oktober op de site van Comensha te staan met een neutraal bericht waarop niet op de kwestie werd ingegaan en dat de media niet haalde.

De daling lijkt deels terug te voeren op vermindering van Nigeriaanse oplichting en die van de Afrikaanse vrouwen in het algemeen die hun valse aangifte bij de politie inruilen voor het aantrekkelijke arrangement dat de B8-regeling te bieden heeft. Mogelijk is de regeling minder aantrekkelijk geworden. Het publieke geheim van de valse aangiftes dreigde trouwens in september zelfs even gedeeltelijk ontsluierd te worden tijdens een zitting van de Tweede Kamer waarin het lid van der Steur (VVD) dit probleem in zeldzame bevlieging van burgermoed en openhartigheid expliciet ging benoemen en daarbij in conflict met Rebel en Segers kwam die daarvan helemaal niets wilden weten. Net als de rapporteur enkele jaren geleden zelf, hebben aan haar gelieerde onderzoekers (Universiteit Leiden & bureau Regioplan) dit jaar in opdracht van Teeven deze problematiek onderzocht en geconcludeerd – hoe verrassend – dat de valse aangifte omschreven als oneigenlijk gebruik in dit kader niet te bewijzen valt. De verwachting dat deze onderzoekers een van de hoekstenen onder het kaartenhuis van de slachtofferm-registraties zouden wegtrekken ware ook niet reeel geweest en een conclusie dat de politie zich de laatste zes jaar zeker zo’n 1000 keer bij het opnemen van een zwaar misdrijf willens en wetens heeft laten foppen, is niet echt geschikt voor publieke consumptie. De truc in dit onderzoek behelst dat men uit slechts twee bewezen valse aangiftes, 5 bewezen mensenhandel zaken en interviews met experts criteria heeft gedestilleerd waarmee uiteindelijk maar 3 van de 33 onderzochte sepots als verdacht uit de bus kwamen.

De vraag is natuurlijk of een politieapparaat dat zo klakkeloos aangiften mensenhandel in combinatie met de B8 (voorheen B9)-regeling honoreert, voldoende valse aangiften onderschept om daaruit een fijnmazig net ter herkenning van de rotte appels onder de vele sepots (233 in 2012) te kunnen produceren. Afgezien daarvan is het bijna een onmogelijke opgave om in de lucht hangende verhalen zonder enig aanknopingspunt – dat zijn de aangiften mensenhandel die geseponeerd worden namelijk praktisch altijd – te falsificeren (of te bewijzen). Door hiervoor te kiezen hebben de onderzoekers ervoor gezorgd dat het onderzoek wel stuk moest lopen en niet meer oplevert dan een vraag om nog meer onderzoek; waarschijnlijk was dat ook de bedoeling.

De onderzoeksvraag had natuurlijk moeten luiden: Waarom is er geen bewijs voor uitgerekend enkele honderden aangiften mensenhandel jaarlijks waarmee de aangever/aangeefster een voordeel in bedenktijd (nadenken over aangifte) en verblijfsvergunning (ter ondersteuning onderzoek en bijwoning proces) krijgt. Een enkele keer zal het sepot wel aan bureaucratische tekortkomingen of onvoldoende inspanningen van de politie of aan de psychische gesteldheid van de aangeefster liggen maar bewijzen dat dergelijke omstandigheden vaak spelen zijn er niet; het merendeel van de sepots is terug te voeren op het ontbreken van bewijs ondanks onderzoek en dat n.b. bij een vermeend misdrijf waar bijna altijd velen bij betrokken zijn. Dit alles kan niet anders verklaard worden dan uit het feit dat het merendeel van de aangiften vals is. Het cruciale punt is natuurlijk dat het misdrijf door onderzoek n.a.v. aangetoond, bewezen moet worden en niet achteraf de mogelijk valse aangifte als zodanig ontmaskerd moet worden.
Er is geen sprake van slachtofferschap zonder een aangetoond misdrijf, in ieder geval niet als het om mensenhandel gaat. Dat (belanghebbende)hulpverleners wier stem ook in dit onderzoek weer (te) sterk doorklinkt, menen dat zij dit louter op basis van verhalen en symptomen wel kunnen, doet daaraan niets af; het getuigt slechts van hun zelfoverschatting en branchevervuiling. Het is hun taak te diagnosticeren en hulp te verlenen.

Geen slachtofferschap zonder aantoonbaar misdrijf. Dit zou ook betekenen dat de politie geen aangiften zonder aanvullend bewijs als een vermoeden van mensenhandel naar het IND zou moeten doorsturen en dat de aangeefster ook niet in aanmerking komt voor de B8-regeling. Het opsporingsrendement bij de B8-klantjes over de laatste jaren ligt domweg te laag om hun op hun blauwe ogen te geloven en met een aangifte zonder aanvullend bewijs genoegen te nemen. Door tegen beter weten in de lat te laag te leggen hebben politie – ondanks haar gejammer hierover -, OM en IND het oneigenlijke gebruik van de regeling deels over zichzelf af geroepen.

De eis om bewijs naast de aangifte lijkt hard maar is uiteindelijk veel rechtvaardiger omdat een politieorganisatie die niet zo lichtvaardig aangiftes honoreert als de Nederlandse per saldo meer tijd in echte zaken, met echte slachtoffers kan steken i.p.v. in het verifiëren van kletsverhalen. Ik veronderstel dat men in Duitsland minder tijd met aangiften die niets opleveren bezig is maar het duurt nog even voordat zulks is uitgezocht. De B8-regeling op zich is prima als ze maar zorgvuldig en op echte slachtoffers wordt toegepast.

Terug naar het jaarverslag.

Mogelijk niet alleen minder misbruik maar mischien ook bij de politie en de marechaussee iets minder appetijt om in het mensenhandelcircus mee te draaien: het totale aantal meldingen van beide diensten ging van 1418 naar 1137 terug. De teruggang is echter te beperkt om hieruit hoop te putten: het doorgeven van meldingen op basis van valse aangiftes, vage verhalen en dubieuze signalenlijsten gaat nog steeds door en blijft even laakbaar als voorheen. De prostitutieteams van de politie blijven m.i. onprofessioneel, kleinburgerlijk en politiek besmet.

Alhoewel ik nog wel een strohalm wil bieden aan degenen die hun vertrouwen in de Hermandad wat dit betreft niet geheel willen opgeven. Uitgerekend Amsterdam heeft in 2013 maar 37 meerderjarige vrouwen en 7 minderjarige dames in de seksuele dienstverlening als zogenaamd slachtoffer, 44 dus als totaal in de seksuele dienstverlening werkzaam doorgegeven – dit is voor Nederlandse begrippen laag – en afgezet op een landelijk totaal van 939 zogenaamde (vrouwelijke) slachtoffers slechts 4,5%. Ik hoop op een stil protest tegen de registratie-excessen van Comensha en BNRM maar misschien zitten er andere redenen of oorzaken achter. Het vermoeden lijkt me in ieder geval gerechtvaardigd dat op basis van het Amsterdamse voorbeeld korpsen hun formele meldingsplicht richting Comensha niet met kadaverdiscipline hoeven te betrachten. Laten we hopen dat teams in andere korpsen ook gaan minderen en geleidelijk naar Duits voorbeeld van een politie van de signalen en de vermoedens in een politie van de bewijzen veranderen. De oude baas heeft het druk met de ombouw van de politie en leest die saaie rubbish van Comensha en BNRM toch niet. Een buitenkansje dus om een totaal politiek verziekt onderdeel van het opsporingsapparaat langzaam aan weer gezond te maken.

Onze zeer wetenschappelijke, objectieve en onafhankelijke Nationaal Rapporteur rapporteert al sinds 1-10-2006 zag ik laatst; dat is dus langer dan de wettelijk toegestane periode van maximaal acht jaar (4 jaar + 4 jaar verlenging).

Artikel 3

  • 1. De Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen wordt bij koninklijk besluit benoemd op voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, na overleg met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Hij wordt benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.

Formeel zal ze wel niet verplicht zijn zich aan de wet te houden aangezien deze pas vorig jaar van kracht is geworden.

Door: STL

Advertenties

One Comment on “Muisstil”

  1. […] 6 Zie noot 1 en ook: Marijke Vonk De Mythe van Mensenhandel , Mensenhandel in Nederland – Goed meten, Utrecht krijgt Spijt Muisstil […]


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s