Prostitutie: met recht een vak apart!

Zandpad-nacht1

Er is op 23 april een interessant artikel verschenen over o.a. de sluiting van het Zandpad op het Juristenweblog. Interessant genoeg om ook hier even te plaatsen.

De auteur van dit artikel, Manon Hofstee, is werkzaam als juridisch consultant bij USG Legal Professionals en heeft dit artikel op persoonlijke titel geschreven.

In 2013 werden in Utrecht alle seksboten aan het Zandpad en alle ramen aan de Hardebollenstraat gesloten, nadat de gemeente de vergunningen van de exploitanten had ingetrokken. De sluiting volgde op verdenking van mensenhandel [1]. Honderden prostituees stonden van de een op de andere dag op straat. Een sociaal plan ontbrak [2] en dus waren de prostituees verstoken van inkomsten.

Mensenhandel is een kwaad dat uitgeroeid moet worden.

De vraag is echter of dit kwaad met deze sluiting is opgelost, want is het probleem niet slechts verplaatst? Veel prostituees zullen zich nu genoodzaakt zien hun diensten aan te bieden op, bijvoorbeeld, een afgelegen tippelzone of in een hotel- of huiskamer. Vanuit een zichtbare werkplek verdwijnen de prostituees dan uit het zicht van de buitenwereld. Met alle risico’s van dien.

Ik vind het onbegrijpelijk dat niet is nagedacht over de consequenties van de sluiting voor prostituees die, al dan niet, gedwongen werkzaam waren. Zo is geen enkele vorm van adequate opvang voor deze vrouwen geregeld. Want waar zijn deze vrouwen gebleven? Wie houdt toezicht op deze groep? Wie zorgt ervoor dat ze niet weer of alsnog in handen vallen van (inmiddels op wraak beluste) mensenhandelaars?

De bedoeling van de legalisering van de prostitutiebranche op 1 oktober 2000, was dat deze zou leiden naar een normalisering, regulering en beheersing van de branche. Naar het nu schijnt, lijkt de focus meer te liggen op het elimineren van de branche.
Ook in andere grote steden ligt de raamprostitutie onder vuur. In Arnhem is de raamprostitutie in het bekende Spijkerkwartier zelfs al sinds begin 2006 verdwenen [3].
Amsterdam is in 2007 gestart met Coalitieproject 1012. Hierin werken de gemeente en stadsdeel Centrum samen aan het terugdringen van de criminaliteit en aan de economische opwaardering van het postcodegebied 1012; het gebied rond het Damrak, het Rokin en de Wallen [4]. Amsterdam maakt hierbij gebruik van de wet Bibob [5].

Mijns inziens heeft het tot nu toe gevoerde prostitutiebeleid in Nederland gefaald nu de gemeente, na de legalisering, zijn blijven doorvaren op de oude koers van repressie en controle. Sinds 1911 is de prostitutiebranche effectief gecriminaliseerd door de opname van het algemeen bordeelverbod in het Wetboek van Strafrecht. Overigens is prostitutie zelf nooit strafbaar geweest in Nederland. De prostituee was geen dader maar werd gezien als slachtoffer van de lusten van mannen en de op geld beluste exploitanten. De strafbaarstelling richtte zich dan ook op de exploitatie van prostitutie. Door de exploitanten te criminaliseren, werd de bescherming van vrouwen het best gegarandeerd, zo was de achterliggende gedachte. In werkelijkheid hanteerde de overheid een gedoogbeleid. Tegen de exploitatie van prostitutie is nooit op grote schaal opgetreden.
Het algemeen bordeelverbod was dan wel aanvankelijk bedoeld om vrouwen te beschermen, tegelijkertijd zorgde het ervoor dat het voor de prostituee onmogelijk was een arbeidsovereenkomst te sluiten. Dit kwam haar (arbeids-)positie niet ten goede. Een eventuele opheffing van het algemeen bordeelverbod moest daarom (mede) bijdragen tot een verbetering van de arbeidsrechtelijke positie van de prostituee [6].

Na jarenlange discussie in ons land is de opheffing van het algemeen bordeelverbod op
1 oktober 2000 een feit: vormen van exploitatie van prostitutie waarin meerderjarige prostituees vrijwillig werkzaam zijn, zijn niet langer verboden [7]. Hoewel de wetswijziging vooral tot doel had de arbeidsrechtelijke positie van de prostituee te verbeteren, is het overigens opvallend dat de overige doelstellingen een strafrechtelijk karakter hebben [8].
Nu prostitutie uit het strafrecht is gehaald, moet het dus haar beslag krijgen in het arbeidsrecht om tot de beoogde verbetering van de arbeidsrechtelijke positie van de prostituee te komen.

Inmiddels lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de beoogde positieverbetering van de prostituee nog lang niet is bereikt. Dit is enerzijds te verklaren door het juridisch vacuüm waarin prostituees jarenlang werkzaam zijn geweest. Door de zeer lange illegale status en de gedoogsituatie waarin de prostitutiesector zich ontwikkeld heeft, zijn de arbeidsverhoudingen er nu eenmaal anders dan in andere sectoren [9]. Waar exploitanten veel worden gezien als ‘zware jongens’, kampen prostituees met een slachtoffer-imago. Sinds de legalisering wordt de prostitutiebranche eigenlijk aan haar lot overgelaten. Het Nederlandse prostitutiebeleid kenmerkt zich voornamelijk door onverschilligheid en passiviteit. Het tot nu toe gevoerde beleid is gericht op beheersing, controle en regulering, waarbij de uitvoering van het beleid wordt overgelaten aan gemeenten. Een lange termijn visie op het soort prostitutiesector dat Nederland (in de toekomst) wil hebben en het doordenken van de consequenties daarvan van het nu te voeren beleid, waarbij naast de gemeenten, de centrale overheid ook een eigen verantwoordelijkheid neemt, ontbrak en ontbreekt nog steeds.

Vanuit de overheid wordt bovendien geen enkel initiatief getoond om sociale uitsluiting en stigmatisering van prostituees tegen te gaan. Terwijl de oorspronkelijke discussie over de opheffing van het algemeen bordeelverbod juist is ontstaan vanuit een betere waarborging van de rechten van de prostituees.
De nadruk werd en wordt gelegd op openbare orde en illegaliteit in plaats van emancipatie en legalisering: van emancipatievraagstuk naar beheersingsvraagstuk. Beleid wat op twee moeilijk verenigbare gedachten hinkt, is mijns inziens gedoemd te mislukken.
Sinds de legalisering heeft de overheid zich op het standpunt gesteld dat het werken aan normale arbeidsverhoudingen in beginsel een verantwoordelijkheid is van betrokkenen zelf. Had de overheid hier ook niet zelf haar verantwoordelijkheid moeten nemen door te zorgen voor duidelijke en uniforme regelgeving in plaats van het probleem te verschuiven naar de afzonderlijke gemeenten?
Door het bij de wetswijziging ingevoerde artikel 151a van de Gemeentewet [10] kunnen gemeenten een prostitutiebeleid voeren gericht op de beheersing en regulering van de branche.
De meeste gemeenten voeren beleid met betrekking tot het reguleren van het aantal bedrijven. Geldt ten aanzien van bordelen nog een maximumbeleid, ten aanzien van raamprostitutie wordt door het overgrote deel van de gemeenten een nulbeleid gevoerd [11]. Ook zijn er gemeenten die de legalisering hebben aangegrepen om een uitsterfbeleid te voeren. Op deze manier zal een daadwerkelijke verbetering van de arbeidsrechtelijke positie van de prostituee voorlopig niet bereikt worden.

Men had zich van meet af kunnen en moeten afvragen of prostitutie zich wel leent voor een inkadering binnen de huidige wet- en regelgeving. Het arbeidsrecht staat haaks op alles wat prostitutie inhoudt. De werkzaamheden van de prostituee raken per definitie rechtstreeks aan de lichamelijke integriteit [12] waardoor men zich kan afvragen of deze zich wel verdraagt met, bijvoorbeeld, de algemene instructiebevoegdheid van de exploitant als werkgever.
De opheffing van het bordeelverbod in 2000 heeft niet alle misstanden in de seksbranche weg kunnen nemen. Prostitutie van minderjarigen en misstanden zoals gedwongen prostitutie (mensenhandel) komen nog steeds voor. Er komt daarom een nieuwe wet om de rechten van prostituees beter te kunnen beschermen [13]. En om misstanden in de branche aan te pakken. De overheid komt daarom met strengere regels. Zo moeten alle seksbedrijven een vergunning hebben, vindt een strengere screening plaats van eigenaren van seksbedrijven en gaat de minimumleeftijd van prostituees van 18 naar 21 jaar. Dit staat in het wetsvoorstel Regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche [14]. Het is nog niet bekend wanneer deze wet in werking treedt.

Op dit moment vinden er drie landelijke onderzoeken plaats over prostitutiebeleid. Deze onderzoeken worden uitgevoerd met het oog op de invoering van de wet. De onderzoeken gaan over niet-legale prostitutie, de sociale positie van prostituees en vergunningbeleid, toezicht en handhaving in de prostitutiebranche [15].

Veertien jaar (!) na de opheffing van het algemeen bordeelverbod lijkt er dus alsnog licht te gloren aan de horizon. Omdat prostitutie geen gewoon beroep is, is de normalisatie hiervan volgens velen dan ook een fictie. Illegaal of legaal, gedoogd of gereguleerd, schrijnend of niet, normaal of abnormaal, naar mijn mening is prostitutie geen fictie maar een maatschappelijke werkelijkheid. Prostitutie wordt niet voor niets het oudste beroep ter wereld genoemd. Legale prostitutie is volgens mij dan ook een absolute voorwaarde om een veilige werkomgeving te creëren voor prostituees die vrijwillig voor het vak hebben gekozen.
Dat seksuele misstanden moeten worden voorkomen en/of hard moeten worden aangepakt, onderschrijf ik ten zeerste.

Mijns inziens zal hierbij echter gekeken moet worden naar een andere benadering van prostitutie, een benadering die recht doet aan de oprechte bezwaren in plaats van dat men zich vasthoudt aan het oude beleid van onderdrukking en controle. Er zal dus een omslag moeten plaatsvinden naar een andere meer emancipatoire benadering in de ontwikkeling en uitvoering van het beleid. Het ontwikkelen van een prostitutiewet waarin de rechten van een prostituee worden vastgelegd en waarin staat waartegen ze beschermd moeten worden, lijkt mij een goed begin!

Naschrift: ten tijde van het afronden van dit artikel meldde RTV Utrecht op 11 april 2014 het volgende. Er komt een nieuwe Utrechtse prostitutiezone in de buurt van het Zandpad, zo heeft de gemeenteraad op 10 april 2014 besloten. Waar de zone gaat komen, is nog niet bekend. Er wordt door de gemeente een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld van € 450.000,00 om de nieuwe locatie geschikt te maken en er worden maximaal 162 werkruimtes gerealiseerd. Het exacte aantal werkplekken wordt tijdens de behandeling van het bestemmingsplan vastgesteld.


[1] Volgens de exploitant is de sluiting onrechtmatig nu er geen bewijs voor mensenhandel is. De exploitant heeft dan ook een rechtszaak aangespannen, die op 14 april 2014 dient.
[2] Een sociaal plan beschrijft de voorzieningen die de werknemers ontvangen bij een collectief ontslag.
[3] Zie de uitspraak van de Raad van State van 23 november 2005, LJN AU6692.
[4] De Wallen is de naam voor een aantal straten in het oudste deel van Amsterdam. Dit is het gebied tussen de Warmoesstraat en de Zeedijk, waar veel (raam-)prostitutie wordt bedreven.
[5] Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Doel is dat gemeenten de integriteit van houders en/of aanvragers van vergunningen en subsidies kunnen toetsen bij het landelijk bureau Bibob.
[6] R. Haveman & M. Wijers, De moraal van seks voor geld, Nemesis 2001 nummer 6, p.192.
[7] A.L. Daalder, Het bordeelverbod opgeheven, Deventer: Boom Juridische uitgevers 2002, p.7.
[8] Doelstellingen wetswijziging: 1. Beheersen en reguleren van de exploitatie van vrijwillige prostitutie; 2. Verbeteren en bestrijding van exploitatie van onvrijwillige prostitutie; 3. Bescherming van minderjarigen tegen seksueel misbruik; 4. Verbetering van de positie van de prostituee; 5. Bestrijding van de aan prostitutie gekoppelde randverschijnselen; 6. Terugdringen van de omvang van illegale prostitutie.
[9] P.M. Savornin Lohman e.a., Handboek lokaal prostitutiebeleid, Den Haag: VNG uitgeverij 1999, p.A4/1-2.
[10] Tekst artikel 151a Gemeentewet:
Lid 1.De raad kan een verordening vaststellen waarin voorschriften worden gesteld met betrekking tot het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling;
Lid 2.Bij de uitoefening van het toezicht op de naleving van de in het eerste lid bedoelde voorschriften geldt de in artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht bedoelde verplichting ook voor een persoon die de leeftijd van veertien jaar nog niet heeft bereikt. Deze toonplicht betreft een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, onderdelen 1° tot en met 3°, van die wet;
Lid 3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van het toezicht op de naleving van gemeentelijke voorschriften met betrekking tot het, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken.
[11] A.L. Daalder, Het bordeelverbod opgeheven, Deventer: Boom Juridische Uitgevers 2002, p.18.
[12] Artikel 11 van de Grondwet.
[13] Op 29 maart 2011 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Regulering prostitutie en bestrijding misstanden sexbranche.
[14] http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/prostitutie/misstanden-seksbranche-bestrijden
[15] http://www.vng.nl/onderwerpenindex/veiligheid/nieuws/tweede-kamer-stemt-in-met-prostitutiewet

Advertenties


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s